Hoeveel kilometers heeft jouw eten afgelegd?

korte keten

Voedselschandalen, opwarming van de aarde, plasticvervuiling, aanhoudende fileproblemen,… allemaal onderwerpen die wekelijks in de nieuwsbulletins voorkomen. De tijd van  “het ene oor in, het andere uit” is gelukkig voorbij. Het besef dat er iets zal moeten veranderen, wint meer en meer aan belang. Verschillende initiatieven zien het daglicht, sommige grootschaliger dan andere. Denk hier bijvoorbeeld aan mei plasticvrij, nieuwe manieren van transport zoals autodelen,… Ook de korte keten is hiervan een goed voorbeeld. In dit artikel zoomen we hier dieper op in.

Korte keten: wat is dit eigenlijk?

Bij het lezen van dit artikel denk je misschien: “de korte keten weeral een nieuwe hype?” Nee, integendeel. Het is geen nieuw systeem want vroeger, voor de opkomst van de supermarkten, was het de manier om aan je producten te geraken. Het houdt namelijk in dat je als consument een rechtstreekse band hebt met de producent van je voeding. Dit maakt dat het een duurzaam afzetsysteem is. Voor de landbouwer heeft dit als voordeel dat hij een eerlijke prijs krijgt. De consument in zijn plaats kent de oorsprong van zijn producten en heeft de garantie dat deze vers en kwaliteitsvol zijn.

Waarom korte keten?

De redenen waarom de korte keten terug aan belang wint, zijn divers en verschillend van consument tot consument. Niet alleen is het een duurzaam afzetsysteem omdat de kilometers beperkt zijn, mensen krijgen verse producten waarvan ze de oorsprong kennen. Ook het steunen van de lokale landbouw en economie is een vaak genoemde reden om te kopen in korte keten. Een ander ecologisch voordeel van de korte keten is dat het aanbod het ritme van de seizoenen volgt. Voor vele mensen is dit een manier om nieuwe soorten fruit en groenten te leren kennen.

Het product dat het meest aangekocht wordt via korte keten zijn aardappelen. Deze zijn in korte keten beter van prijs dan in de supermarkt. Dit is ook voor groenten vaak het geval omdat er minder tussenschakels zijn. Andere producten zijn in de korte keten vaak wel duurder maar zorgen voor een eerlijke prijs voor de landbouwers.

Welke vormen van korte keten bestaan er al?

Er bestaan verschillende initiatieven van korte keten. De meest voorkomende worden hieronder toegelicht:

hoevewinkel: verschillende landbouwbedrijven verkopen hun producten op hun eigen boerderij. Vaak zijn ze hiermee gestart omdat ze op de veiling een te lage prijs voor hun producten kregen. Ook het rechtstreekse contact met de verbruiker van hun artikelen is een reden om ermee te starten. Het voordeel hiervan is dat je als klant dadelijk kan zien hoe en waar je producten gemaakt worden. Een mogelijk nadeel kan zijn dat deze boerderijen meestal op het platteland liggen waardoor je iets verder moet rijden. Sommige landbouwers hebben hun winkel uitgebreid en bieden ook producten van collega’s aan. Zo kan je er als klant toch al een breder aanbod vinden;

boerenmarkten: vergelijkbaar met een gewone markt maar dan met  lokale land- en tuinbouwers die hun eigen producten aanbieden. In de analyse van cijfers worden initiatieven zoals buurderijen als een boerenmarkt beschouwd;

buurderijen: een voorbeeld hiervan is boeren & buren. Het is een soort van boerenmarkt waar het online gebeuren aan gekoppeld wordt. Dit kan je al in de meeste gemeenten terugvinden. De landbouwer (boer) verkoopt zijn producten direct aan de consument (de buren). Hij bepaalt zelf zijn prijs en moet hierop 16,7 % laten vallen voor de servicekosten van het systeem. Als consument bestel je online wat je nodig hebt en doe je de betaling. De landbouwer weet dan precies wat je nodig hebt zodat er ook niet te veel geproduceerd wordt. Op een vaste dag in de week zijn alle boeren op een afgesproken tijdstip aanwezig op het afhaalpunt en haal je uw bestelling op. Op deze manier is er ook weer een rechtstreeks contact;

zelfpluk: hier mag je als consument zelf de handen uit de mouwen steken. Je helpt met het plukken van het fruit/ de groenten en achteraf beslis je hoeveel je hiervan gaat kopen. Dit reken je af en neem je mee naar huis. Verschillende landbouwbedrijven organiseren speciale plukdagen. Vaak zorgen ze dan nog voor randanimatie zodat het een ware beleving is voor consumenten;

automaten: Een vergelijkbaar principe met de welgekende broodautomaten maar dan met aardappelen, fruit en groenten. Het bekendste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld de aardbeienautomaat. Ze staan meestal aan de straatkant van de landbouwbedrijven. Het voordeel voor de landbouwer is dat hij niet moet investeren in uitbatingskosten en de klant kan er 24 uur op 24  en 7 dagen op 7 terecht. Het mogelijk nadeel is dat er geen persoonlijk contact is;

groenteabonnement: hierbij heb je een abonnement en ontvang je wekelijks of tweewekelijk een pakket met fruit en groenten. Meestal krijg je vooraf informatie welke producten er zullen inzitten. Doordat je vooraf betaalt en je voor een periode engageert, is de landbouwer zeker van zijn afzet. Als consument ben je er zeker van dat je groenten krijgt die de seizoenen respecteren;

voedselteams: ook hier speelt het online gebeuren een rol. Het is een groep van mensen uit dezelfde regio die samenwerken voor rechtstreekse aankoop. Als je lid wordt, krijg je toegang tot de webwinkel waar je bestellingen kan plaatsen. Elk team heeft een opslagplaats in de buurt. Op een vaste dag in de week wordt daar dan het bestelde voedsel geleverd. De betaling gebeurt maandelijks;

CSA: dit staat voor Community Supported Agriculture en betekent dat de oogst en kosten gedeeld worden door de consumenten. Als consument koop je een oogstaandeel en krijg je dus een deel van de goederen die dienen voor eigen gebruik. Dit houdt ook in dat je mee instaat voor de risico’s die gepaard gaan met de oogst;

Lokaal markt: bestaat in Aalst, Deerlijk en Roeselare. Het is een overdekte boerenmarkt die op vrijdag plaatsvindt. Het is een ontspannende manier van inkopen doen want er is ook randanimatie. Verschillende lokale landbouwers hebben er een standje waar je kan aankopen. Ook hier laten ze een % op hun verkoopprijs vallen voor de uitbaters van de markt. Het afrekenen gebeurt aan de uitgang waardoor je niet aan elk standje apart dient te betalen.

In Gent bestaat er met Lousbergmarkt ook een fysieke winkel: het betreft een unieke samenwerking tussen 4 lokale bedrijfjes die gaan voor kwaliteit en vakmanschap. Zij hebben samen een coöperatie opgericht. Ze hebben elk hun stand waar je telkens apart afrekent. Het voordeel als klant is dat je er voor een breed aanbod terecht kan. In Brussel is er in 2016 een coöperatieve winkel met enkel Belgische producten genaamd Belgomarkt opgericht. Daarnaast zijn er natuurlijk ook verschillende supermarkten van grote ketens waar je een aanbod van lokale producten kan vinden. Vooral Carrefour is zich meer en meer aan het focussen op deze producten. Ze staan toe dat de landbouwer zelf de verkoopprijs van zijn artikel bepaalt en aan de ingang van de winkel kan je foto’s terugvinden van de deelnemende landbouwbedrijven.

De korte keten supermarkt: een nieuw concept

Zoals hierboven duidelijk werd, bestaan er al verschillende mogelijkheden om via korte keten te kopen. Mijn persoonlijke mening, als consument maar ook met mijn ervaring in retail, is dat deze huidige systemen nog grootschaligheid missen. Misschien is dit voor sommige een contradictie: korte keten en grootschaligheid? Willen we met korte keten niet net “back to basics”? Maar ik denk dat hier de opportuniteit zit voor zowel de landbouwers als de consumenten. Voor de landbouwers omdat ze op deze manier een groter publiek zullen bereiken en hun afzet kunnen vergroten. En voor de consumenten die bewuster willen kopen maar te weinig tijd hebben om gebruik te kunnen maken van de bestaande korte keten initiatieven.

We kunnen het niet ontkennen, een grote meerderheid van de Belgen wil niet te veel tijd besteden aan inkopen doen. Het is een noodzakelijk kwaad dat dient te gebeuren. De bestaande initiatieven van korte keten vereisen echter dat we nog veel moeite doen. Bij hoevewinkels en automaten dienen we meestal een hele afstand af te leggen en kunnen we er slechts een deel van de producten die we nodig hebben vinden. Zo worden we verplicht om nog andere winkels te bezoeken waardoor de verleiding zeer groot is daar alles te kopen. Ook bij een groenteabonnement, voedselteams en CSA is het aanbod te beperkt. Naar de winkel zullen we toch nog moeten. Buurderijen vragen dan weer dat we op voorhand bestellen waardoor we al een goede planning moeten maken van wat we zullen eten. Dit is niet voor iedereen weggelegd. Ik ben er zeker van dat de bestaande initiatieven al veel mensen kunnen bereiken maar dat er nog veel potentieel onbenut is. Dit potentieel gaan benutten, kan pas door het grootschaliger aan te pakken.

In het buitenland zijn hiervan al voorbeelden te vinden. Zo is er in Frankrijk de supermarkt O’tera waar enkel lokale producten worden aangeboden. Je kan er terecht voor een volledig aanbod aan voedingsartikelen. Bij elk product staat vermeld van welk bedrijf ze komen en er is ook transparantie over de prijszetting. Als klant kan je zien hoeveel er naar de producten, de btw en de winkel gaat. In Nederland bestaat er met Landmark een gelijkaardig initiatief. Het is een overdekte markt met versproducten die gekocht zijn bij 100 verschillende kleine telers, boeren en ambachtelijke leveranciers. Duurzaamheid wordt verkozen boven keurmerken en ook hier ontvangen de leveranciers een eerlijke prijs. In België heeft Colruyt het concept Cru waar je eenvoudige en authentieke producten kan vinden. Het is een winkel met 10 ambachten onder een dak.

Wat in mijn ogen ontbreekt is een supermarkt waar je een volledig productaanbod kan vinden via korte keten. En met volledig productaanbod bedoel ik niet enkel voeding maar ook niet-voeding. Een meerderheid van klanten wil nog een one-stop shop waardoor het mij essentieel lijkt ook niet-voeding aan te bieden. Dit geeft de klanten het voordeel dat ze niet meer verplicht worden om ook nog naar andere winkels te gaan. Het zou bovendien ook een opportuniteit zijn om niet-voedingsproducten aan te bieden met meer aandacht voor het ecologische. Ik denk dan onmiddellijk aan toiletpapier in de supermarkten. Dit is bijna uitsluitend te verkrijgen in plasticverpakking. Is dit echt nodig? Kan er geen milieuvriendelijkere verpakking aangeboden worden? Ook zijn er veel initiatieven gelinkt met online aankopen maar gaat mijn voorkeur naar een fysieke winkel. Voeding moet je kunnen zien, ruiken en beleven. De winkel is ook een plaats om anderen te ontmoeten en inspiratie op te doen.

Korte keten staat voor mij niet gelijk met producten uit België. Zo zijn producten als bananen en sinaasappelen voor een meerderheid onmisbaar. In België kunnen we dit echter niet vinden. Deze producten kan je ook via korte keten verkrijgen door ze dadelijk bij de teler in het buitenland te kopen. Zo zit er maar 1 transport tussen en krijgt de teler een correcte prijs. Korte keten betekent voor mij dan ook niet het einde van import en export. Deze zullen we altijd nodig hebben en dat is ook helemaal niet erg. Het moet gewoon met gezond verstand benaderd worden. Wat lokaal verkregen kan worden, kan beter lokaal gekocht worden. Zo worden voedselkilometers beperkt en steunen we de lokale economie.

Met dit in het achterhoofd is mijn idee van een fysieke supermarkt korte keten ontstaan. Je kan er alle producten vinden zoals in andere supermarkten maar rechtstreeks van de landbouwer. De winkel zal ingericht zijn als een overdekte marktplaats met verschillende artikelen in bulk. Zo kan je als klant zelf je gewenste hoeveelheid kiezen en wordt verspilling tegengegaan. Bovendien worden onnodige verpakkingen vermeden want je mag zelf je verpakkingen meebrengen. Voor niet voedingsartikelen zoals bijvoorbeeld poetsproducten wordt het meest milieuvriendelijke product verkozen en zal er gewerkt worden met een hervulstation. Zo hoef je de fles maar eenmalig aan te kopen en kan je ze bijvullen wanneer ze op is. Omdat de opstart van een winkel een grote investering met zich meebrengt, was het geen overbodige luxe marktonderzoek te doen. Er blijkt zeker een potentieel voor deze winkel te zijn. Tezelfdertijd kwam er echter een contradictie aan de oppervlakte. Klanten vinden het belangrijk dat de landbouwer een eerlijke prijs krijgt maar beseffen dat deze vaak duurder zal zijn dan in de traditionele supermarkten. Daarom zijn ze bang van de prijzen en niet meer zeker dat ze het wel kunnen en willen betalen. De vele promoties die we dagelijks op verschillende kanalen tegenkomen zijn immers toch zo verleidelijk. Niet? De vraag is natuurlijk of deze wel voldoende rekening houden met de werkelijke economische en ecologische kost van voeding. Bovendien moet ik om de winkel rendabel te krijgen, natuurlijk ook een productmarge aanrekenen. De verschillende landbouwbedrijven die ik gesproken heb, begrijpen dit uiteraard en juichen het idee alleen maar toe. Het is duidelijk dat het een grote uitdaging zal worden om het concept van korte keten supermarkt te laten aanslaan en te kunnen overleven met ketens die vaak promoties doen. Indien je interesse hebt in het verdere verloop van mijn opstart en alles wat ermee komt kijken, kan je mijn blog volgen.

Over de auteur:

Stephanie Beckers, 32 jaar afkomstig uit Diest maar de laatste 2 jaar wonende in Gent (verhuisd voor de job). Na 2,5 jaar gewerkt te hebben als brand manager, 4 jaar als districtleider en 2 jaar als aankoper heeft ze nu beslist haar eigen supermarkt korte keten op te starten. Haar hobby’s zijn lopen, zwemmen en kickboksen. Daarnaast leest ze ook graag boeken en dit zowel non-fictie (Retail, nieuwe trends, organisatiepsychologie) als fictie (grote fan van Santa Montefiore en Danielle Steel).

www.kortemarkt.be

Click here to add a comment

Leave a comment: